De 20 leukste buiten speel spellen

IMG_20180724_160948

Wij kennen natuurlijk als geen ander ontzettend veel leuke buitenspeel spellen. Wij hebben een selectie gemaakt voor de nodige inspiratie.

 

  1. De verlosser

Tikkertje is bij iedereen bekend maar met de verlosser wordt het spel net iets leuker. Speel het spel met minimaal 4 kinderen. Wijs voordat je begint een verlosser en een tikker aan. De tikker mag niet weten wie de verlosser is. De tikker tikt de kinderen en de verlosser mag de getikte kinderen verlossen. Als de tikker de verlosser tikt, dan begint het spel opnieuw en dan wordt er een nieuwe tikker en verlosser aangewezen.

 

  1. Bungelende bengel

Hang een emmer met een touw aan een tak. Maak met touw/stoepkrijt/lint o.i.d. een kring van 3 meter rond de emmer. Elk kind krijgt 5 ballen. Iedere bal die in de emmer beland is een punt waard. Om het leuker te maken kun je er ook een tijd opzetten.

 

  1. Stop! Politie!

Dit spel speel je weer met ongeveer 4 kinderen. Je maakt een speelveld met 2 strepen. De startlijn en eindstreep. Iemand wordt aangewezen als politieagent. Dit kind op de eindstreep gaat met zijn rug naar de rest van de kinderen toe staan. Als hij roept: “Groen licht” dan mogen alle kinderen lopen. Als de agent “rood licht” roept draait hij zich heel snel om. Beweegt er nog iemand dan moet hij terug naar de startlijn. Het kind dat als eerste over de eindstreep is zonder “gepakt” te worden wint.

Een variant hierop is Annemarie Koekoek

Een persoon staat bij de muur en is Annemaria. Zij roept ‘Annemaria koekoek’ (heel langzaam of juist heel snel) en draait zich dan om. De overige kinderen mogen lopen zodra ze met de rug naar hen toe staat. Als ze zich omdraait is het zo snel mogelijk bevriezen. Wie Annemaria ziet bewegen is af en moet opnieuw beginnen. Lukt het je om de eindstreep te halen zonder gespot te worden win je.

 

  1. Ballenbakbingo

Speel het spel met een aantal kinderen. Zorg dat je heel veel ballen hebt zoals tennisballen/ballenbakballen etc. Zet op iedere bal en nummer. Verdeel de groep in groepjes en de kinderen halen de ballen op en proberen zo snel mogelijk hun bingokaart vol te krijgen. Het team wat als eerste de kaart vol heeft, die wint!

 

  1. Ballenbingo

Dit is een andere variant op ballenbakbingo. Je gooit opnieuw alle ballen weg maar ieder kind krijgt een nummer. Het kind wat als eerste zijn nummer heeft roept: BINGO!

 

  1. Flessenvoetbal

Dit is echt wel een gouden oude maar blijft leuk. Je hebt alleen maar een bal en plastic flessen nodig met water. Iedereen probeert met een bal de fles van de ander om te schoppen. Is je fles leeg, dan ben je af.

 

  1. Blokjesvoetbal

Een variant op flessenvoetbal maar nu krijgt ieder kind 3 blokjes. Degene die zijn blokjes het langst recht houd wint. Als je geen blokjes meer hebt mag je wel mee voetballen om de andere blokjes om te krijgen.

 

  1. Bekertje water halen

Geef je kind een beker gevuld met water. Het leukste is natuurlijk om het met meerdere kinderen te spelen. Maak een parcours met stoepkrijt en zet hier en daar een pionnetje neer. De kinderen moeten een rondje om de pion heen lopen en wie met het meest volle bekertje terugkomt heeft gewonnen.

 

  1. Vertelstenen

Je begint met stenen zoeken. Het liefst gebruik je hiervoor gladde stenen met ronde vormen. Als je een aantal stenen hebt mogen de kinderen daar zelf een plaatje op schilderen. Tot slot leg je de stenen willekeurig naast elkaar en probeert een verhaal te maken van de plaatjes. Dit buitenspelletje kun je binnen afmaken en als je de stenen bewaart kun je nog vaak verhalen vertellen.

 

  1. Ratten en raven

De groep wordt in tweeën gesplitst; de ene helft zijn de ratten, andere helft raven. Deze staan tegenover elkaar in het midden van een speelveld. Zodra er ratten genoemd worden moeten deze zo snel mogelijk naar de zijkant van het veld rennen en de raven hen tikken. Wordt er raven geroepen, is het andersom. Het team dat als eerste de andere heeft afgetikt, wint.

 

  1. Dierengeluidenspel

In het bos (of andere omgeving) zitten kinderen/volwassenen verstopt die geluid maken en de kinderen moeten deze zoeken en dan het dier benoemen. Dit spel is natuurlijk het leukst in het donker!

 

  1. Levend stratego

De groep wordt onderverdeeld in 2 teams(legers) Ieder team heeft een teamcaptain die de kaartjes uitdeelt. Ieder kind krijgt een kaartje met een rang erop. Nu ga je andere kinderen tikken. Als je iemand tikt met een hogere rang moet je je kaartje inleveren en met een lagere rang krijg jij het kaartje. De groep die als eerste al zijn kaartjes kwijt is, die heeft verloren.

Voor kaartjes en meer varianten verwijzen we graag naar deze site:

https://nl.scoutwiki.org/Levend_Stratego

 

  1. Vossenjacht

In een bepaald gebied zitten de “vossen” verstopt. Dit zijn verklede mensen die de kinderen moeten vinden. Je kunt een stempelkaart maken waar de gevonden vossen een stempel op moeten zetten. Het spel is afgelopen als de tijd voorbij is of als iedereen alle vossen gevonden heeft.

 

  1. Nachtwacht

In het donker of in een bos verstoppen alle kinderen zich. Een kind is de nachtwacht en roept ‘de klok slaat tien uur’ waarop een kind dat het nummer tien heeft gekregen het geluid van een dier maakt. De nachtwacht moet dan raden wat voor dier dit is / het kind vinden. Zodra alle kinderen zijn gevonden is het spel afgelopen.

 

  1. Kleurcodex

De kinderen worden samengesteld in duo’s. In het bos hangen verschillende kaartjes met kleuren van de regenboog en een cijfercode achterop. Dan probeert hij zo snel mogelijk de ‘kleurcode’ te onthouden en door te geven aan de basis. Bij de basis mag maar één kind tegelijk komen. Als het goed is (of niet) mag de ander het proberen. Het duo dat als eerste alle combinaties goed heeft wint. Ook dit spel is leuk in het donker.

 

  1. Belgisch verstoppertje

Dit spel heet ook wel omgekeerd verstoppertje. Net als bij verstoppertje alleen dan verstopt maar 1 persoon zich en de rest gaat hem zoeken. Als de verstopte is gevonden dan gaan de kinderen erbij zitten. Het spel is afgelopen als iedereen de verstopte heeft gevonden.

 

  1. Ruilen voor een appel en een ei

Groepjes krijgen een appel en een ei en dit moeten ze ruilen voor een waardevoller/groter/gekleurder item. Het groepje dat na een afgesproken tijd de opdracht het beste heeft volbracht is de winnaar!

 

  1. Fopbal

Alle kinderen staan in een kring met hun handen op hun rug. Iemand in het midden heeft een bal en die ‘fopt’ iemand uit de kring alsof hij de bal wilt gooien. Zijn de handen zichtbaar is die persoon af. Het kan ook zijn dat de bal echt gegooid wordt en dan moet hij gevangen worden en teruggegooid, anders ben je ook af.

 

  1. Stand in de mand

Een speler met de bal staat in het midden. Hij roept ‘Stand in de mand en de bal is voor’… en terwijl hij een naam wordt de bal in de lucht gegooid. Iedereen moet zo hard mogelijk wegrennen op de persoon na die genoemd is. Hij moet zo snel mogelijk de bal vangen en roept stop zodat iedereen stil staat. Vervolgens probeert hij deze door het poortje van een ander te rollen. Die dan ‘af’ is of de gooier wordt.

Een variant is dat de speler stappen mag zetten naar de kinderen toe. Bijvoorbeeld hoeveel lettergrepen een naam heeft. Debbie is 2 stappen nadat Debbie afgegooid word krijgt ze de O van olifant dus heeft ze er een lettergreep bij. Nadat Debbie 3x is afgegooid dan is Debbie af.

 

  1. Trefbal

Voor trefbal zijn zoveel varianten. Maar het komt erop neer dat een veld is verdeeld in 2 vakken. In ieder vak staat een groep. Je probeert vanuit het vak de tegenstanders af te gooien. Wordt de bal gevangen ben je zelf af en moet je naar de achterlijn van je tegenstanders. Vanaf daar mag je ook proberen om de tegenstander af te gooien als je de bal binnen handbereik krijgt. Het veld wat als eerste leeg is verliest.